s

Onderwerpen archief JanssenSchepens

Beëindiging gezamenlijk gezag door rechter

Regelmatig treffen wij binnen onze praktijk ouders die vanwege een blijvend slecht contact en blijvend slechte communicatie met hun ex-partner of het ontbreken van ieder contact met hun ex-partner en tussen hun ex-partner en de kinderen, alleen belast willen worden met het gezag over de kinderen. Ze willen niet meer telkens hun ex-partner (of uiteindelijk als dat niet lukt de rechtbank) om toestemming vragen als er een paspoort of identiteitskaart moet worden aangevraagd, van school wordt gewisseld een buitenlandse reis wordt gemaakt of wanneer hun kind medische behandeling nodig heeft.

In sommige situaties past het vragen van toestemming niet echt meer bij de situatie omdat er al lange tijd (jarenlang) geen contact is geweest tussen de ex-partner en het kind.

In andere situaties leidt iedere vorm van communicatie tussen ouders tot ernstige conflicten en wanneer er toestemming nodig is wordt deze niet gegeven omdat de andere ouder het niet eens is met de medische behandeling, de schoolkeuze of het nieuwe paspoort. Het komt dan soms zo ver dat de rechter een knoop moet doorhakken en moet beslissen naar welke school het kind gaat en of het wel of niet een paspoort of medische behandeling krijgt. De ouder die toestemming wenst kan de rechter dan namelijk verzoeken om vervangende toestemming te verlenen.

In de wet is bepaald dat slechts in een beperkt aantal gevallen de mogelijkheid bestaat om een verzoek om eenhoofdig gezag toe te wijzen. Er moet dan sprake zijn van een situatie waarin allereerst sprake is van een wijziging van omstandigheden ten opzichte van het moment waarop ouders samen het gezag kregen. Van een ouder wordt verwacht dat deze toelicht wat er veranderd is. Tevens moeten ze aantonen dat deze wijziging ertoe leidt dat:

  1. Er sprake is van een situatie waarin er een onaanvaardbaar risico aanwezig is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (artikel 1:251a lid 1 sub a BW) en/of;
  2. Een wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is (artikel 1:251a lid 1 sub b BW)

Onlangs deed de Rechtbank Oost Brabant uitspraak in één van mijn zaken waarin ik namens een moeder een verzoek had ingediend om te worden belast met het eenhoofdig gezag over haar kind. Vader was al 5 jaar uit beeld verdwenen en liet zich naar het kind toe niet meer horen en zien.

De Raad voor de Kinderbescherming vond dat vader desondanks het gezag moest behouden omdat niet gebleken was dat hij ooit geen toestemming had verleend wanneer dat nodig was.

Namens cliënte heb ik onder meer naar voren gebracht dat in de wet duidelijk is opgenomen wat moet worden verstaan onder het uitoefenen van het gezag over een kind. Dit is niet zomaar enkel het al dan niet geven van toestemming wanneer daarom wordt gevraagd zoals hiervoor omschreven. Gezag uitoefenen houdt zoveel meer in dan dat.

Daar zegt de wet ook wat over in artikel 1:247 lid 1 en lid 2 BW:

  1. Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
  2. Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.

Juist doordat de ouder met gezag geacht wordt hieraan te voldoen is hij/zij, als zeer nauw bij het kind betrokken persoon de juiste persoon om ook de hele belangrijke beslissingen te nemen over het kind en toestemming te verlenen voor belangrijke zaken (medische behandelingen, schoolkeuzen etc).

Een ouder die uit het leven van een kind verdwijnt en van het kind vervreemd voldoet hier niet aan.

De rechtbank is daarin meegegaan en verklaarde het verzoek om eenhoofdig gezag gegrond.

Heeft u vragen over gezagsperikelen? Neemt u dan gerust en geheel vrijblijvend contact op met ons kantoor: 040-7470129. Wij staan u graag te woord. Een vraag stellen per email is ook mogelijk via: info@2180724130.ds222.danego.net

 

Hoe maak je een kinderalimentatieberekening? Lees het hier!

Kinderalimentatie blijft de laatste jaren onderwerp van gesprek en discussie. De huidige rekenwijze zou ingewikkeld en ondoorzichtig  zijn. Daarom via deze weg een stapsgewijze uitleg over de huidige rekenwijze voor de geïnteresseerden:

Stap 1: Het netto besteedbaar inkomen bepalen van beide ouders:

Aan de hand van de inkomensgegevens van beide ouders wordt hun netto besteedbaar inkomen per maand berekend. Dit is niet hetzelfde als het netto inkomen op de loonstrook. Het bruto inkomen wordt ingevoerd in het rekenprogramma en verminderd met verschuldigde belastingen en vermeerderd met vakantiegeld en een eventuele 13e maand/eindejaarsuitkering (Deze uitkeringen worden dus uitgesmeerd alsof je daar maandelijks 1/12 deel van ontvangt). Ook houdt het rekenprogramma rekening met de heffingskortingen die men ontvangt. Geen rekening wordt gehouden met een eventuele aftrek vanwege een eigen woning.

Het netto besteedbaar inkomen ligt vaak een paar honderd euro hoger dan het netto inkomen op de loonstrook. Dit komt door voormelde rekenwijze.

Stap 2: De behoefte van de kinderen berekenen:

Aan de hand van de hoogte van het netto besteedbaar inkomen van beide ouders bij elkaar opgeteld wordt de behoefte van de kinderen berekend. Dit is het bedrag wat het kind per maand nodig heeft en waarin de ouders moeten voorzien. Hoe hoger het gezamenlijk netto besteedbaar inkomen van ouders is, hoe hoger de behoefte van het kind. Immers, er wordt vanuit gegaan dat ouders die meer verdienen ook meer aan hun kind uitgeven dan ouders die minder verdienen. De behoefte wordt vastgesteld aan de hand van een tabel waarin inkomens van verschillende hoogten worden weergegeven in combinatie met de daarbij aansluitende behoefte van het kind. Ook wordt rekening gehouden met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Deze tabellen zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Klik hier en klik vervolgens op behoeftetabel 2015 om de huidige behoeftetabel bekijken.

Stap 3: De behoefte verminderen met kindgebondenbudget:

De behoefte van de kinderen wordt verminderd met het kindgebondenbudget wat de ouder ontvangt waar de kinderen verblijven. Met behulp van de inkomensgegevens van de ouder waarbij het kind verblijft kun je via www.toeslagen.nl een proefberekening maken. Het kindgebondenbudget wordt aangemerkt als een tegemoetkoming van de overheid waarmee een deel van de kosten van het kind worden betaald. Als de behoefte van het kind heel laag is kan dit zelfs betekenen dat er geen behoefte meer overblijft waarin de ouders nog moeten voorzien. Er hoeft volgens de huidige regeling dan geen alimentatie betaalt te worden.

Stap 4: De draagkracht van beide ouders berekenen:

Aan de hand van het netto besteedbaar inkomen wordt van beide ouders de draagkracht berekend. Dit is het bedrag wat een ouder volgens de berekening per maand aan de kosten van het kind moet kunnen betalen. Sinds 1 april 2013 wordt de draagkrachtberekening gemaakt aan de hand van een formule. Er wordt dus geen rekening meer gehouden met de werkelijke kosten (vaste lasten) van een ouder. Deze formule wordt jaarlijks aangepast en is ook terug te vinden via www.rechtspraak.nl. Klik hier en klik vervolgens op draagkrachttabel 2015 om naar de draagkrachtformule te gaan. Als het netto besteedbaar inkomen € 1.275,– per maand of lager is, dan wordt ervan uitgegaan dat de ouder een minimale draagkracht heeft van € 25,– per maand. Voor een netto besteedbaar inkomen van € 1.650,– per maand of hoger geldt de volgende formule:

70% [NBI – (0,3 x NBI + 992)]

NBI staat hierin uiteraard voor netto besteedbaar inkomen. Voor inkomens tussen de € 1.275,– en € 1.650,– per maand gelden vergelijkbare formules met iets afwijkende percentages en bedragen. De exacte formules zijn terug te vinden via vorenstaande link.

Stap 5: Een draagkrachtvergelijking maken:

Ouders moeten naar rato van hun draagkracht in de behoefte van het kind voorzien.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

Stel, de behoefte van een kind is na aftrek van het kindgebondenbudget € 250,– per maand. Ouder 1 heeft een draagkracht van € 400,– per maand en ouder 2 een draagkracht van € 100,– per maand. Ouders moeten dan naar rato van draagkracht bijdragen in de behoefte van het kind. Je maakt dan de volgende berekening:

Draagkracht ouder/draagkracht ouders samen x behoefte

Voor ouder 1 geldt dan: 400/500 x 250 = € 200,–

Voor ouder 2 geldt dan: 100/500 x 250 = € 50,–

Stap 6: De zorgkorting berekenen:

De ouder bij wie de kinderen niet hun hoofdverblijfplaats hebben, heeft in de meeste gevallen omgang met de kinderen volgens een bepaalde regeling ( bijvoorbeeld een weekend per twee weken en de helft van de vakanties en feestdagen). Er wordt bij het bepalen van de te betalen kinderalimentatie rekening gehouden met de kosten die deze ouder heeft wanneer de kinderen bij hem/haar verblijven. Dit noemen we de zorgkorting. Als het kind gemiddeld genomen 1 dag per week bij de andere ouder verblijft bedraagt de zorgkorting 15% van de behoefte, bij 2 dagen per week 25% van de behoefte en bij 3 dagen per week 35% van de behoefte. Vakanties en feestdagen worden bij de gewone regeling opgeteld. Je rekent dus uit hoeveel dagen per jaar het kind bij de niet verzorgende ouder verblijft en dat totaal deel je door 52 weken. De zorgkorting wordt vervolgens in mindering gebracht op de draagkracht.

Stel dat in het voorbeeld bij stap 5 de kinderen wonen bij ouder 2 en ouder 1 heeft gemiddeld 1 dag per week omgang met de kinderen. Dan heeft ouder 1 recht op een zorgkorting van 15% van de behoefte en dus (0,15 x € 250,–=) € 37,50. Het aandeel van ouder 1 in de behoefte van het kind was € 200,–. Dit bedrag moet worden verminderd met de zorgkorting van € 37,50, zodat hij uiteindelijk aan kinderalimentatie € 162,50 per maand moet betalen.

Dit stappenplan omschrijft in grote lijnen de wijze waarop in standaardgevallen kinderalimentatie op dit moment wordt berekend. Er gelden echter voor bepaalde situaties uitzonderingen/afwijkingen van dit rekenmodel. De vraag is hoe lang deze rekenwijze nog in stand blijft. Op 17 februari jl. hebben Ard van der Steur (VVD) en Jeroen Recourt (PvdA)  het Wetsvoorstel herziening kinderalimentatie bij de Tweede Kamer ingediend. Dit voorstel stuit echter nu alweer op forse kritiek.

Het is in elk geval raadzaam om bij het vaststellen/wijzigen van kinderalimentatie advies in te winnen bij een deskundige. Heeft u vragen naar aanleiding hiervan? Neem dan gerust en vrijblijvend contact op met ons kantoor.

 

Vernieuwde website: onze medewerkers stellen zich aan u voor

Eind 2012 hebben wij ons advocatenkantoor Janssen Schepens advocatuur & incasso opgericht en ons gevestigd aan het Cassandraplein 55 te Eindhoven. Door drukte hebben we tot nu toe (te) weinig tijd besteed aan onze website. Met de komst van het nieuwe jaar kwam het goede voornemen om daarin verandering aan te brengen. Inmiddels heeft onze website een update gehad en is deze voorzien van nieuwe foto’s.

Nieuw is dat ook onze medewerkers zich aan u voorstellen zodat u een beter beeld verkrijgt van ons kantoor. Wij zijn tevreden met het resultaat.

Ons tweede goede voornemen is het (met enige regelmaat) plaatsen van nieuwsberichten op onze website. Deze nieuwsberichten zullen betrekking hebben op de rechtsgebieden waarop we actief zijn zoals het familierecht. U kunt daarbij denken aan zaken die betrekking hebben op kinderalimentatie, partneralimentatie, echtscheiding, erkenning, gezag, omgang, jeugdbeschermingsmaatregelen etc. Daarnaast zijn we ook werkzaam op het gebied van het strafrecht, huurrecht, sociale zekerheid (met name het maken van bezwaar en het instellen van beroep tegen afgewezen WIA aanvragen) en algemeen civiel recht.

Neem gerust eens een kijkje op onze vernieuwde website: www.janssenschepens.nl